| ||||||||||||||||||||||
|
Cornelius Lambregtse
Lambregtse begon zijn loopbaan als onderwijzer in Nederland, maar emigreerde in 1947 naar de Verenigde Staten, waar hij ook tot zijn dood bleef wonen. De herinneringen aan het Zeeuwse landschap en het Zeeuwse dialect bleven echter levendig. In zijn romans nemen deze aspecten dan ook een belangrijke plaats in. Met het boek 'In Zijn arm de lammeren' portretteert Lambregtse de bevindelijk gereformeerden op Zuid-Beveland. Hij beschrijft deze situatie vanuit het gezichtspunt van de jonge Fransje Weststrate, het jongste kind van een arbeidersgezin, die op 4-jarige leeftijd zou overlijden. De nuchterheid en eerlijkheid van de kleine Fransje speelt een grote rol in het boek. Vier jaar later verscheen 'Het scharlaken koord', waarin de zus van Fransje, Wantje, de hoofdpersoon is. Door vader Weststrate wordt zij met overtuigingskracht op de goede weg geleid. In 1998 voltooide Lambregtse de trilogie 'Vreemdelingen en bijwoners' , een kroniek over Kees Weststrate en zijn familie. Het verhaal speelt in de nadagen van de Duitse bezetting. Kees maakt spannende en ontroerende ogenblikken door tijdens de bevrijding van Walcheren. Later treedt hij als tolk in dienst van het Canadese leger. De liefde bloeit op tussen Kees en Rie, een liefde vol problemen. Allerlei vragen komen op Kees af. Na een emotionele ontknoping zoekt Kees een nieuwe weg. Telkens voelt hij zich weer een vreemdeling en bijwoner op aarde.
Lambregtse beschreef het leven van de landarbeiders in de jaren ’20 tot de jaren ’50. “Daarmee wilde ik de waarheid illustreren van wat God zegt van dat soort mensen: “’… niet vele wijzen naar het vlees, niet vele invloedrijken, niet vele aanzienlijken.’” Lambregtse is in het jaar 2004 overleden.
|