Johan G.
Veenhof is geboren op 6 november 1933 te Amerongen. Later is hij met zijn ouders
naar Achterberg verhuisd. Daar is hij opgegroeid in een boerengezin. Liefde voor
de natuur heeft hij van huis uit meegekregen.
In 1967 trouwde Veenhof met Joke Looijen. Het echtpaar ontving twee jongens en
een meisje. Op 4 april 1999 kwam er een einde aan zijn werkzaam leven. Opleiding
Tot zijn 32e jaar heeft hij cursussen gevolgd en de bosbouwschool doorlopen.
Werk
Via iemand van de rijvereniging De Grebberuiters, waarvoor hij verslagen
schreef voor de regionale pers, kwam hij in contact met de familie Leccius de
Ridder, de toenmalige eigenaars van het Grebbebos. Toen er in 1966 een vacature
voor boswachter kwam, heeft Johan G. Veenhof daarop gereageerd: Vijfentwintig
jaar lang was Johan. G. Veenhof boswachter op de Grebbeberg, Laarsenberg,
Remmerdense Heide, De Blokken en de Blauwe Kamer.
Debuutroman
In 1975 kwam Veenhofs eerste boek uit: ‘Mannen van het buitenspoor’. Voor die
tijd schreef Veenhof al voor het Reformatorisch Dagblad en verzorgde daar de
wekelijkse natuurrubriek en artikelen over het oude plattelandsleven.
‘Schrijven is mijn hobby, ik doe het graag’, zei Veenhof eens in een interview.
Het liefst schreef Veenhof over de natuur en het plattelandsleven. Later schreef
hij oorlogsboeken, streekromans en kinderboeken. Meer dan honderd boeken
verschenen er van zijn hand. Het laatste boek dat hij schreef,
‘Manke Otje’, is
na zijn dood (1999) verschenen.
Hobby’s
Naast zijn grote hobby had de schrijver nog meer hobby’s: houtsnijden,
schilderen, lezen en het bespelen van een panfluit. Daarnaast was hij ook nog
imker en lid van de bijenclub in Achterberg.